Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde verzekeringsmaatschappij, heeft verzoeken ingediend tot teruggaaf van ingehouden Nederlandse dividendbelasting over de jaren 2003 tot en met 2010. De inspecteur heeft deze verzoeken afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat zij vergelijkbaar is met een Nederlands pensioenlichaam dat vrijgesteld is van vennootschapsbelasting en daarom recht heeft op teruggaaf.
De rechtbank heeft vastgesteld dat belanghebbende vrijwel uitsluitend beleggingsdiensten verricht voor institutionele pensioenverzekeraars in het Verenigd Koninkrijk, waarbij zij geen pensioenverzekering aanbiedt. De polishouders dragen het beleggingsrisico en belanghebbende ontvangt een fee voor haar managementwerkzaamheden. Dit wijkt af van de kenmerken van een Nederlands pensioenlichaam dat zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend richt op de verzorging van werknemers bij invaliditeit en ouderdom.
De rechtbank concludeert dat belanghebbende niet vergelijkbaar is met een Nederlands pensioenlichaam en, indien zij in Nederland gevestigd zou zijn, onderworpen zou zijn aan vennootschapsbelasting. Hierdoor bestaat geen recht op teruggaaf van dividendbelasting. Ook Pensions, dat is opgegaan in belanghebbende, komt niet voor teruggaaf in aanmerking. De beroepen worden ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de verzoeken tot teruggaaf van dividendbelasting af.