ECLI:NL:RBZWB:2020:3778
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing sluiting woning wegens aanwezigheid handelshoeveelheid harddrugs
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om zijn woning te sluiten voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van 45 XTC-pillen en 3 Kamagra-pillen, aangetroffen door de politie. Hij stelde dat de pillen niet van hem waren en dat er geen sprake was van handel of overlast, en betoogde dat de sluiting disproportioneel was en in strijd met artikel 8 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanwezigheid van meer dan 0,5 gram harddrugs in een woning in beginsel duidt op een handelshoeveelheid, waarbij het aan verzoeker is om het tegendeel aannemelijk te maken. Verzoeker erkende de aanwezigheid van de drugs, maar maakte niet aannemelijk dat deze niet voor handel bestemd waren. De burgemeester was bevoegd om op grond van artikel 13b van de Opiumwet de woning te sluiten.
Verder werd overwogen dat de sluiting niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro omdat deze bij wet is voorzien en noodzakelijk wordt geacht ter bescherming van de openbare orde. Verzoeker stelde geen bijzondere omstandigheden zoals een medische binding met de woning. Zijn stelling dat hij geen vervangende woonruimte heeft, was onvoldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter concludeerde dat het belang van de openbare orde zwaarder weegt dan het belang van verzoeker en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs wordt afgewezen.