Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het primair tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 12 oktober 2018 veroorzaakte verdachte een ongeval in Hilvarenbeek waarbij hij met zijn tractor linksaf sloeg en daarbij een bromfietser overreed. De rechtbank stelt vast dat verdachte de bromfiets niet heeft gezien, hoewel hij deze had kunnen en moeten waarnemen vanwege zichtbelemmering door onderdelen van de tractor. Dit leidde tot een ernstige verkeersfout.
De rechtbank oordeelt echter dat deze fout onvoldoende is voor schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994, omdat niet is gebleken van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van deze tenlastelegging.
Wel is bewezen dat verdachte gevaar heeft veroorzaakt door zonder zich voldoende te vergewissen van de vrije weg af te slaan, in strijd met artikel 5 WVW Pro. Gezien de omstandigheden, het ontbreken van een strafblad en de tijd die verstreken is, legt de rechtbank geen straf of maatregel op.
Verdachte toonde oprechte spijt en bezorgdheid over het slachtoffer en zocht psychische hulp na het ongeval. De rechtbank acht toepassing van artikel 9a Sr passend, waardoor strafoplegging achterwege blijft.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van schuld aan het ongeval, wel bewezen gevaarzetting, maar geen straf opgelegd.