ECLI:NL:RBZWB:2020:3549
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor bouwen zonder vergunning
Verzoekster, eigenaresse van een recreatiewoning op een vakantiepark, kreeg van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis een last onder dwangsom opgelegd wegens het bouwen van een uitbouw zonder omgevingsvergunning. Daarnaast werden dwangsommen opgelegd voor het overtreden van andere vergunningen en bestemmingsvoorschriften.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het primaire besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de last onder dwangsom op te heffen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was bij het verzoek, omdat het belang van verzoekster alleen lag in het zelf willen verhuren van de recreatiewoning. De financiële situatie van verzoekster was niet zodanig ernstig dat dit een spoedeisend belang rechtvaardigde. Ook werd meegewogen dat het college pas tot invordering van de dwangsom overgaat nadat het besluit onherroepelijk is geworden.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.