Uitspraak
,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot wijziging van de zorg- en opvoedingstaken tussen de man en zijn minderjarige kind. Eerder was een begeleide omgangsregeling vastgesteld, waarbij de omgang tussen vader en kind begeleid plaatsvond vanwege problematiek bij de vader en de moeizame relatie.
De rechtbank baseerde zich op diverse stukken, waaronder rapporten van Sterk Huis en adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming. Uit het onderzoek bleek dat de vader kenmerken van ASS vertoont, waardoor hij signalen van het kind niet goed oppikt, wat blijvende begeleiding noodzakelijk maakt. De omgangscontacten zijn tijdelijk vanwege corona teruggebracht naar 2 uur, met een advies om de duur tussen 2 en 4 uur te houden.
De vader wilde de omgang uitbreiden tot een dag en uiteindelijk overnachtingen, evenals een gelijke verdeling van vakanties en feestdagen. De rechtbank oordeelde dat dit op korte termijn niet haalbaar is en wees het verzoek af, maar bepaalde dat de huidige regeling wordt voortgezet met begeleide omgang van maximaal 4 uur om de veertien dagen, inclusief contact op speciale dagen in overleg.
De rechtbank benadrukte het belang van een neutrale derde als begeleider en stelde dat partijen in de toekomst met een nieuw verzoek kunnen komen indien een ruimere omgang in het belang van het kind wordt geacht. De proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de begeleide omgangsregeling van maximaal 4 uur om de veertien dagen en regelt contact op vakanties en feestdagen onder begeleiding.