ECLI:NL:RBZWB:2020:3381
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen last onder dwangsom wegens onvergund dakterras niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang
Eiseres woonde sinds 1984 in een huurwoning waar zij een dakterras had gerealiseerd zonder de vereiste omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders van Breda legde haar daarom een last onder dwangsom op om het dakterras te verwijderen. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om legalisatie van het dakterras, maar haar aanvraag werd buiten behandeling gesteld wegens onvolledigheid. De bezwaarschriftencommissie adviseerde het bezwaar gegrond te verklaren vanwege concreet zicht op legalisatie, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond.
Eiseres stelde dat zij procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep omdat zij haar woning had moeten verlaten en mogelijk schadevergoeding zou vorderen wegens gederfd huurgenot. De rechtbank oordeelde echter dat de bevoegdheid tot invordering van de dwangsom was verjaard omdat het college niet binnen een jaar na verbeurte tot invordering was overgegaan. Hierdoor kon eiseres niet langer tot betaling worden verplicht en konden geen nieuwe dwangsommen meer worden verbeurd.
De rechtbank stelde dat het ontbreken van procesbelang betekent dat zij niet aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep toekomt. Ook het feit dat er mogelijk sprake was van concreet zicht op legalisatie gaf geen procesbelang, omdat zonder omgevingsvergunning het dakterras niet legaal was. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.