ECLI:NL:RBZWB:2020:3327

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 juli 2020
Publicatiedatum
23 juli 2020
Zaaknummer
AWB- 19_4805 PKV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen AOW-verrekening door SVB

Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) inzake de volledige verrekening van zijn AOW-pensioen. Nadat de SVB het oorspronkelijke besluit had ingetrokken en een betalingsregeling had vastgesteld, trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank oordeelde dat de SVB aan verzoeker was tegemoetgekomen en veroordeelde de SVB daarom in de proceskosten. Het griffierecht werd apart door de SVB vergoed op grond van de Awb, zodat een aparte veroordeling daarvoor niet nodig was.

De proceskosten werden vastgesteld op €525, bestaande uit één punt voor het indienen van het beroepschrift. De uitspraak werd gedaan door rechter J.L. Sierkstra en griffier M.H.A. de Graaf op 21 juli 2020.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Sociale Verzekeringsbank in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €525,-.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 19/4805 AOW
uitspraak van 21 juli 2020 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,

gemachtigde: mr. R. Küçükünal, advocaat te Schiedam
en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Breda (SVB), verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 3 september 2019 van de SVB inzake de volledig verrekening van eisers AOW-pensioen.
Bij besluit van 27 mei 2020 heeft de SVB het besluit van 3 september 2019 ingetrokken en een betalingsregeling vastgesteld.
Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken, met het verzoek de SVB te veroordelen in de proceskosten. De SVB heeft bij brief van 1 juli 2020 laten weten zich te conformeren aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 27 mei 2020 dat de SVB aan verzoeker is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding de SVB te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525, en wegingsfactor 1).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat de SVB op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 47,- aan verzoeker dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt de SVB in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 525,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Sierkstra, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 21 juli 2020 en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
*griffier rechter
*De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Als u het niet eens bent met deze uitspraak

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank.