Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De overwegingen omtrent het beslag.
6.De toepasselijke wetsartikelen.
7.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 juli 2020 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van witwassen van circa €235.715,69 contant geld. Bij een doorzoeking op 11 juli 2017 werden grote geldbedragen aangetroffen op ongewone plekken bij de autosloperij en woning van verdachte. De officier van justitie achtte witwassen bewezen voor €180.101,60, terwijl verdachte verklaarde dat het geld afkomstig was van maandelijkse kasopnames uit zijn bedrijf die hij contant spaarde.
De verdediging voerde onder meer aan dat de doorzoeking onrechtmatig was en dat verdachte concrete, consistente en deels verifieerbare verklaringen had gegeven over de herkomst van het geld. De rechtbank oordeelde dat de doorzoeking rechtmatig was en dat verdachte een geloofwaardige verklaring had gegeven die niet hoogst onwaarschijnlijk was. De officier van justitie had onvoldoende onderzoek verricht naar de alternatieve herkomst van het geld.
De rechtbank concludeerde dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat het geld een criminele herkomst had en sprak verdachte vrij van witwassen. Daarnaast werden diverse beslaggenomen voorwerpen teruggegeven aan verdachte en rechthebbenden, en bepaalde voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen wegens een aannemelijke verklaring voor de herkomst van het contante geld.