Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- het proces-verbaal van de zitting van 26 juni 2020 van de meervoudige kamer van het team familie- en jeugdrecht van deze rechtbank, belast met de behandeling van de hierna te noemen zaak (hierna: de hoofdzaak), tijdens welke zitting het verzoek tot wraking is gedaan;
- het e-mailbericht van verzoeker van 29 juni 2020 waarin hij vraagt om het hiervoor bedoelde proces-verbaal in te trekken omdat dit volgens hem geen redelijk beeld schetst van het daadwerkelijk verloop van de zitting;
- het e-mailbericht van verzoeker van 1 juli 2020 waarin hij vraagt om uitstel van de zitting van de wrakingskamer en waarin hij het wrakingsverzoek nader onderbouwt;
- de reactie van de gewraakte rechter op het wrakingsverzoek, gedateerd 7 juli 2020, waarin staat dat zij niet in de wraking berust;
- het e-mailbericht van verzoeker van 15 juli 2020, waarin hij reageert op de reactie van de gewraakt rechter op het wrakingsverzoek;
- de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak;
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer ter zitting van 17 juli 2020, waarbij aanwezig waren: verzoeker en de gewraakte rechter.
2.Het verzoek
3.Feiten
4.Het standpunt van verzoeker
- verzoeker ter zitting van 26 juni 2020 geen extra verzoeken mocht indienen omdat hij ter zitting niet werd vertegenwoordigd door een advocaat. De rechtbank had verzoeker vooraf hierover moeten informeren;
- de wederpartij in de hoofdzaak en haar advocaat ter zitting door de rechter in de watten werden gelegd, terwijl verzoeker van de rechter een reprimande kreeg.
5.Het standpunt van de rechter
- verzoeker pas één dag voor de zitting van 26 juni 2020 extra verzoeken heeft ingediend en dat, gelet op de korte tijd die nog restte tot de zitting, is besloten om op de zitting met verzoeker te bespreken dat het indienen van die verzoeken door een advocaat dient te geschieden. Hieruit kan geen vooringenomenheid worden afgeleid.
- zij graag ter zitting met verzoeker had willen bespreken dat de wet voorschrijft dat het indienen van bedoelde verzoeken door een advocaat moet geschieden en dat zij verzoeker had willen vragen of hij alsnog een advocaat wilde inschakelen. Vanwege het wrakingsverzoek en het onmiddellijk aansluitende vertrek van verzoeker heeft de rechter die vraag niet kunnen stellen;
- zij ter zitting slechts heeft getracht de juridische kaders te schetsen en dat hieruit geen vooringenomenheid blijkt.
6.De beoordeling
7.Beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaaknummer: 02/344184 FA RK 18-2215 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van dit verzoek.