Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- het wrakingsverzoek, met bijlage, ontvangen per e-mail van 15 juli 2020;
- de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak.
2.Het verzoek
3.Feiten
4.Het standpunt van verzoeker
- verzoeker een soeverein mens is van vlees en bloed en hij nooit akkoord is gegaan met het beleid van het huidige rechtssysteem en belastingsysteem en hij niet onder het bestuursrecht valt. De rechter is bestuursrechter en dus verdedigt hij het bestuursrecht van de Staat, niet dat van natuurlijke soevereine mensen. Daarom is de rechter partijdig, vooringenomen en onrechtvaardig. Daarom wraakt verzoeker de rechter, en de rechtspraak in het algemeen;
- verzoeker geen (zielen)contract of overeenkomst heeft met de rechter en dat evenmin wil hebben. Omdat de rechter wetten verdedigt van bestuursrecht en van een onrechtvaardig systeem – niet dat van verzoeker of andere burgers – is hij partijdig;
- verzoeker nooit een contract heeft ondertekend, noch overeenstemming of instemming is aangegaan met de Staat der Nederlanden, de rechtspraak, de Belastingdienst, etc. Hij is nooit geïnformeerd of akkoord gegaan met eigendomsrecht en beschikkingsrecht over zijn natuurlijke persoon. Hij heeft nooit toestemming gegeven aan de Staat om te speculeren op zijn levensverzekering met BSN-nummer.
5.De beoordeling
6.Beslissing
- verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaaknummer: BRE 19/3000 IB/PVV zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van dit verzoek.