Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende woonde in 2016 geheel in Duitsland en verrichtte daar onderzoek aan een Duitse universiteit. Tegelijkertijd ontving zij een studiebeurs van een stichting en verrichtte zij werkzaamheden aan een Nederlandse universiteit, waaronder het geven van hoorcolleges en begeleiden van scripties. De inspecteur legde een aanslag op waarbij de studiebeurs werd meegenomen als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden voor de premie volksverzekeringen (PVV).
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende voor de periode van februari tot en met juni 2016 premieplichtig was voor de Nederlandse volksverzekeringen op grond van EU-verordening 883/2004 en het Nederlandse socialezekerheidsstelsel. De studiebeurs werd terecht als belastbaar inkomen uit overige werkzaamheden aangemerkt en bij het premie-inkomen betrokken.
De rechtbank verwierp het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag, waarbij het premie-inkomen correct was vastgesteld en rekening was gehouden met de premieplichtige periode. De opmerking dat werkzaamheden slechts zeven weken duurden, deed hieraan niet af omdat het loon over vijf maanden werd uitbetaald. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen is ongegrond verklaard.