Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[naam eiser1] , te [plaatsnaam] , eiser, gemachtigde: mr. M.M. Breukers,
1. Feiten
2.BeroepsgrondenKort samengevat hebben eisers aangevoerd dat het college de omgevingsvergunning had moeten weigeren, omdat de verdieping van nr. 4a in strijd met bestemmingsplan ‘Ruitersbos’ wordt gebruikt als woongebouw. Het gebruik van nr. 4a als woongebouw is volgens eisers niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Naar het oordeel van eiseres is dat ook in strijd met het gelijkheidsbeginsel.
4. De bestemmingsplannen
5. De inhoud van de omgevingsvergunning en het bestreden besluit
nietvergroten’. Naar het oordeel van de rechtbank stellen eisers terecht dat de ingebruikname van nr. 4 als winkelruimte gepaard is gegaan met bouwactiviteiten (het bouwen van een aanbouw) die zowel de bebouwde oppervlakte en als het bouwvolume hebben vergroot. Het college heeft ter zitting erkend dat er op dit punt inderdaad een gebrek kleeft aan het bestreden besluit en dat de correcte juridische grondslag van het besluit niet volledig in het bestreden besluit is opgenomen. Het college stelt nu dat de grondslag in het bestreden besluit aangevuld moet worden, in die zin dat aangegeven had moeten worden dat er tevens sprake was van het kruimelgeval van artikel 4, eerste lid, van bijlage II bij het Bor.
6. Het gebruik van nr. 2a voor kamerverhuur en het dakterras
7. De interne verbouwing van nr. 4a en het Bouwbesluit
8. De omgevingsvergunning voor het aspect bouwen voor de aanbouw van nr. 4 en de aanbouw met balustrade van nr. 2
9. Het gebruik van nr. 4a als woongebouw
10. Het gebruik van nr. 4 voor detailhandel
12. Finale geschilbeslechting
- het bouwen van een aanbouw aan nr. 4 en een aanbouw met balustrade aan nr. 4;
- het in strijd met bestemmingsplan ‘Ruitersbos’ gebruiken van de begane grond nr. 4 voor detailhandel met toepassing van de kruimelgevallenregeling: artikel 4, eerste en negende lid, van bijlage II bij het Bor;
- het in strijd met bestemmingsplan ‘Ruitersbos’ gebruiken van nr. 4a als woongebouw met toepassing van de kruimelgevallenregeling van artikel 4, negende lid, van bijlage II bij het Bor;
- het afwijken van de parkeernorm uit bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeren 2017’, met toepassing van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid.
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit en bepaalt dat een omgevingsvergunning wordt verleend aan [B.V.] . voor het legaliseren van de bestaande situatie op de locatie [perceel/panden vergunninghouder] 2, 2a, 4 en 4a te Breda, kadastraal bekend als gemeente Breda, [kadastrale nummers] , te weten: voor het bouwen van de aanbouw aan de [perceel/panden vergunninghouder] 2 en 4 en de zich daarop bevindende balustrade, voor het in strijd met het bestemmingsplan ‘Ruitersbos’ gebruiken van de begane grond aan de [perceel/panden vergunninghouder] 4 voor detailhandel, voor het in strijd met het bestemmingsplan ‘Ruitersbos’ gebruiken van de verdieping aan de [perceel/panden vergunninghouder] 4a als woongebouw en voor het afwijken van de parkeernorm uit bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeren 2017’. De bijlagen 2 en 3 met kenmerk Z2018-007267-V1 maken onderdeel uit van deze omgevingsvergunning;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 174,- aan eiser te vergoeden;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 345,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2100,-.
artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabois het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk.
artikel 2.10, eerste lid, onder c, van de Wabogeweigerd indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, tenzij de activiteit niet in strijd is met een omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 2.12.
artikel 2.10, tweede lid, van de Wabowordt in gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder c, de aanvraag mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, en wordt de vergunning op de grond, bedoeld in het eerste lid, onder c, slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is.
artikel 2.12, eerste lid onder a, van de Wabostaat: voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan:
artikel 2.7 van het Besluit omgevingsrecht (Bor)staat: als categorieën gevallen als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet worden aangewezen de categorieën gevallen in artikel 4 van Pro bijlage II.
artikel 4, eerste lid, van bijlage IIin aanmerking: een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:
artikel 4, negende lid, van bijlage II: het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein (…).
2. Bestemmingsplan Ruitersbos
In artikel 1.39 van de planregels staat de definitie van ‘woning’: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.