Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 30 maanden;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 25 juli 2019 schoot verdachte op zeer korte afstand met een vuurwapen in het linkerbeen van het slachtoffer tijdens een confrontatie in Breda. Hoewel verdachte stelde dat het slachtoffer zichzelf had verwond en dat sprake was van noodweer, verwierp de rechtbank dit verweer op basis van camerabeelden en verklaringen.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Het beroep op noodweer werd niet gehonoreerd omdat het scenario van de verdediging niet strookte met het bewijsmateriaal. Verdachte werd tevens veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, rekening houdend met het strafblad, het rapport van de reclassering en de ernst van het feit. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing. De opgelegde straf werd verminderd ten opzichte van de eis van de officier van justitie, omdat poging tot doodslag niet bewezen werd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor poging tot zwaar lichamelijk letsel en bedreiging met een vuurwapen, waarbij het beroep op noodweer is verworpen.