ECLI:NL:RBZWB:2020:2631
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar inzake inzage persoonsgegevens op grond van de AVG
Eiser verzocht op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) inzage in zijn persoonsgegevens bij de Penitentiaire Inrichting Vught. Nadat de minister niet tijdig op dit verzoek en het daarop volgende bezwaar had beslist, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank behandelde het beroep versneld en stelde vast dat de minister niet tijdig had beslist op het bezwaar. Hoewel de minister meende dat de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) van toepassing was en dat hij aan zijn inzageverplichting had voldaan, oordeelde de rechtbank dat formeel geen beslissing op bezwaar was genomen.
De rechtbank wees het verzoek om vaststelling van een dwangsom voor het niet tijdig beslissen op het inzageverzoek af, maar stelde de dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar vast op €1.442,-. Tevens werd de minister opgedragen binnen vier weken alsnog een besluit te nemen en het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen vier weken alsnog een besluit te nemen op het bezwaar en stelt een dwangsom van €1.442,- vast.