ECLI:NL:RBZWB:2020:2599
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht aan CBR
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) van 28 november 2019. De rechtbank heeft eiser schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht, met een termijn van vier weken na dagtekening van de brief van 8 februari 2020. Omdat deze brief onbestelbaar was, is een tweede brief op 11 maart 2020 verzonden met een aangepaste betalingstermijn.
De rechtbank constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Op grond van de artikelen 8:41 en 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de rechtbank het beroep dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. De zaak wordt zonder inhoudelijke behandeling afgedaan.
De uitspraak is gedaan door rechter P.H.J.G. Römers en griffier E.A. Vermunt op 18 juni 2020. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak verzet aantekenen. De beslissing is gebaseerd op de wettelijke bepalingen omtrent griffierecht en niet-ontvankelijkheid bij niet-betaling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.