Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 9 juni 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker] , verzoeker,
Procesverloop
Feiten en omstandigheden
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker heeft een bijstandsuitkering aangevraagd, maar het college heeft deze afgewezen wegens onvoldoende bewijs over zijn levensonderhoud sinds juni 2018. Verzoeker heeft niet alle gevraagde bewijsstukken ingeleverd en zijn bankafschriften tonen geen aantoonbare uitgaven aan levensonderhoud.
De voorzieningenrechter beoordeelt eerst het spoedeisend belang en stelt dat dit ontbreekt omdat verzoeker geen acute financiële noodsituatie aannemelijk heeft gemaakt. Hij is dakloos, maar er is geen dreigende uithuiszetting of afsluiting van nutsvoorzieningen.
Omdat het spoedeisend belang ontbreekt, kan alleen een voorlopige voorziening worden getroffen als het besluit evident onrechtmatig is. Dit is niet het geval op basis van de overgelegde stukken. Daarom wordt het verzoek afgewezen en moet verzoeker de bezwaarprocedure afwachten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.