ECLI:NL:RBZWB:2020:2278
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroep wegens tegemoetkoming
Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 18 september 2019 waarin haar een WW-uitkering werd geweigerd tot en met 31 juli 2019. Het UWV wijzigde het besluit op 18 maart 2020 gedeeltelijk ten gunste van verzoekster. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV door de gedeeltelijke tegemoetkoming in het besluit aanleiding gaf tot intrekking van het beroep en veroordeelde het UWV daarom in de proceskosten van verzoekster. De proceskosten werden vastgesteld op € 1.050,- op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, gebaseerd op twee punten voor rechtsbijstand.
Daarnaast overwoog de rechtbank dat het griffierecht van € 47,- door het UWV aan verzoekster moet worden vergoed op grond van de Awb, zodat een veroordeling daarvoor niet nodig was. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 22 mei 2020 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.050,- aan proceskosten aan verzoekster.