ECLI:NL:RBZWB:2020:2242
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na voortzetting WIA-uitkering
Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van haar WIA-uitkering. Het UWV wijzigde het besluit en zette de uitkering voort met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Hierna trok verzoekster haar beroep in en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door het gewijzigde besluit en veroordeelde het UWV in de proceskosten. Het griffierecht van €47 werd automatisch vergoed door het UWV. Daarnaast stelde de rechtbank de proceskosten voor rechtsbijstand vast op €1.050 en erkende ook de redelijkheid van de door verzoekster gemaakte deskundigenkosten van €2.752,75.
Het UWV gaf aan bereid te zijn deze kosten te vergoeden. De rechtbank veroordeelde het UWV in totaal tot betaling van €3.802,75 aan proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter Van de Sande op 19 mei 2020 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €3.802,75 aan proceskosten aan verzoekster.