ECLI:NL:RBZWB:2020:2059
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening handhaving agrarisch gebruik perceel
Verzoekers hebben een handhavingsverzoek ingediend tegen het gebruik van een perceel als agrarisch bedrijf, dat door verweerder is afgewezen. Na vernietiging van een eerder besluit door de rechtbank, heeft verweerder opnieuw het bezwaar ongegrond verklaard met het oog op legalisatie van de overtreding.
Verzoekers vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening wegens vermeende gezondheidsrisico's door fijnstof, virussen, bacteriën en stank afkomstig van de veehouderij. De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend bij onverwijlde spoed en een zelfstandig spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers de aanwezigheid van vee op het aangrenzende perceel moeten dulden en dat het gevraagde een te vergaande maatregel is die niet past bij een voorlopige voorziening. Er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de situatie zo nijpend is dat afwachting van de beroepszaak niet mogelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen en is er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.