ECLI:NL:RBZWB:2020:2016
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking bijstand Participatiewet
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout om haar bijstand op grond van de Participatiewet in te trekken met ingang van 12 juni 2019. Zij heeft een voorlopige voorziening gevraagd om de intrekking te schorsen, omdat zij zich in een schuldsaneringstraject bevindt en vreest dat het uitblijven van de uitkering haar financiële situatie verder zal verslechteren.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat verzoekster niet heeft aangetoond dat er sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Hoewel verzoekster ontevreden is over de lange duur van de bezwaarprocedure en de financiële gevolgen daarvan, is niet gebleken dat het ontbreken van de uitkering op dit moment haar bestaan bedreigt.
Daarnaast is vastgesteld dat verzoekster vanaf 19 augustus 2019 betaald werk heeft aanvaard en niet langer afhankelijk is van een uitkering. De voorzieningenrechter concludeert daarom dat er geen reden is om het bestreden besluit te schorsen en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.