ECLI:NL:RBZWB:2020:1968
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken formele connexiteit
Verzoekster heeft bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening gevraagd om een bedrag toe te kennen in verband met haar gestelde recht op een Wajong-uitkering. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten dat een zitting achterwege kon blijven.
De kern van de beoordeling betrof het vereiste van formele connexiteit. Dit houdt in dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen ontvankelijk is indien er een lopende bezwaar- of beroepsprocedure is tegen het besluit waartegen de voorlopige voorziening wordt gevraagd.
Uit de door de gemachtigde verstrekte informatie bleek dat het oorspronkelijke besluit van het UWV was genomen op 26 januari 2018, gewijzigd bij besluit van 28 september 2018, en dat het beroep tegen dit besluit was ingetrokken op 28 november 2018. Hierdoor was er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek daarom niet voldeed aan het vereiste van formele connexiteit en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende bezwaar- of beroepsprocedure.