ECLI:NL:RBZWB:2020:1831
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering verlofuren bij beëindiging dienstverband politie
Eiser, die 45 jaar bij de Nationale Politie heeft gewerkt, kreeg per 1 september 2018 eervol ontslag. Na uitdiensttreding bleek uit de afrekening dat hij te veel verlofuren had opgenomen en een tekort aan jaarwerkplanuren had, wat leidde tot een terugvordering van € 1.035,72 netto door de korpschef.
Eiser stelde dat hij niet adequaat was geïnformeerd over de verlofstand en dat hij geen mogelijkheid had gehad om het tekort te compenseren, mede omdat de herberekening pas op 1 augustus 2018 plaatsvond terwijl hij zijn ontslag al in juni had ingediend. De korpschef verwees naar het BVCM-systeem waarin verlofuren worden geregistreerd en waar de correctie zichtbaar was vanaf 1 augustus 2018.
De rechtbank oordeelde dat de korpschef terecht de medewerker verantwoordelijk hield voor het bijhouden van uren in het BVCM-systeem en dat eiser de correctie had kunnen zien. De korpschef handelde op goede gronden bij de terugvordering, conform artikel 26 van Pro het Besluit algemene rechtspositie politie. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van te veel genoten verlofuren is ongegrond verklaard.