Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 11 april 2019 te Waalwijk opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer
- 2,5 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,
- 1 (zogenoemde XTC-)pil, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDA (tenamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MEDEA (methyleendioxyethylamfetamine) en/of 4-broom-2,5- dimethoxyfenethylamine (2CB), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDA (tenamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine) en/of 4-broom-2,5- dimethoxyfenethylamine (2CB), (telkens) zijnde cocaïne en/of (zogenoemde XTC-)pil een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 11 april 2019, te Waalwijk, althans in Nederland, van een voorwerp, te weten een geldbedrag (totaal ongeveer 955,00 euro), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp was, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.
,zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op 11 april 2019 te Waalwijk opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer
- 2,5 gram cocaïne,
- 1 (zogenoemde XTC-)pil, zijnde cocaïne en zogenoemde XTC-pil een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
,zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 90 dagen;
de tijddie verdachte voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in
voorarrestheeft doorgebracht
in minderingwordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;