Belanghebbende was het niet eens met de door de inspecteur opgelegde verzuimboete van €899 in verband met de naheffingsaanslag dividendbelasting. Hij maakte bezwaar tegen deze boete, maar de inspecteur handhaafde de boete. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Tijdens de zitting op 6 maart 2020 te Eindhoven bereikten partijen een compromis waarbij werd overeengekomen de verzuimboete te verminderen tot €550. Daarnaast werd afgesproken dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt, maar dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van €338 zou vergoeden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en legde de boete vast op €550. Tevens werd de inspecteur gelast het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter C.A.F.M. Stassen op 20 maart 2020 en is niet uitgesproken op een openbare zitting vanwege coronamaatregelen.