Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2020:1337

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 maart 2020
Publicatiedatum
20 maart 2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 2324
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30fc AWRArt. 27d AWRArt. 27h AWRArt. 28 AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering belastingrente en proceskostenveroordeling in bezwaarprocedure inkomstenbelasting 2015

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de door de inspecteur opgelegde belastingrente van €2082 bij de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2015. De inspecteur handhaafde deze rente bij uitspraak op bezwaar van 29 april 2019.

Tijdens de zitting op 6 maart 2020 te Eindhoven bereikten partijen overeenstemming over vermindering van de belastingrente tot €326. Tevens kwamen zij overeen dat de inspecteur de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €525, en het betaalde griffierecht van €47 aan belanghebbende moet vergoeden.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en legde de belastingrente vast op het overeengekomen bedrag. Ook veroordeelde zij de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter C.A.F.M. Stassen en griffier S.A. van Beijsterveldt en gepubliceerd zonder openbare zitting vanwege corona-maatregelen.

Uitkomst: De belastingrente is verminderd tot €326 en de inspecteur is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 19/2324
uitspraak van 20 maart 2020
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats],
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van de inspecteur van 29 april 2019 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem bij beschikking in rekening gebrachte belastingrente van € 2.082 bij de voor het jaar 2015 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (aanslagnummer [aanslagnummer] .H.56.01).
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 maart 2020 te Eindhoven. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van zijn gemachtigde [naam 1] , belastingadviseur en namens de inspecteur [naam 2]

1.Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de belastingrente tot een bedrag van € 326;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 525;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 47 aan hem vergoedt.

2.Gronden

2.1.
Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt in die zin dat de belastingrente moet worden verminderd tot een bedrag van € 326. Partijen zijn het eens over een proceskostenveroordeling van de inspecteur voor de beroepsmatige rechtsbijstand verleend ter zitting. De rechtbank stelt deze kosten op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 525. Tenslotte zijn partijen het er over eens dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 47 aan hem vergoedt.
2.2.
Gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond verklaard.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.F.M. Stassen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. van Beijsterveldt, griffier, op 20 maart 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Corona-virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting maar wordt deze uitspraak gepubliceerd op rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.