ECLI:NL:RBZWB:2019:883
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen definitieve berekening huurtoeslag 2016 wegens te hoog vermogen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 28 mei 2018 over de definitieve berekening van zijn huur- en zorgtoeslag over 2016. Hij ontving in 2016 voorschotten voor huurtoeslag en zorgtoeslag, maar volgens de definitieve berekening moet hij huurtoeslag terugbetalen vanwege een te hoog vermogen. Eiser betwist deze berekening omdat hij vindt dat ten onrechte geen rekening is gehouden met zijn toeslagpartner.
De Belastingdienst heeft het bezwaar van eiser gegrond verklaard voor de zorgtoeslag, maar niet voor de huurtoeslag, omdat het vermogen van eiser en zijn toeslagpartner te hoog is. Eiser erkent een fout te hebben gemaakt bij zijn belastingaangifte, waardoor het vermogen alleen aan hem is toegerekend. De rechtbank stelt dat de Belastingdienst moet uitgaan van de gegevens van de belastinginspecteur en dat correcties via de belastinginspecteur moeten lopen.
De rechtbank concludeert dat op basis van de huidige gegevens over 2016 geen recht op huurtoeslag bestaat en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de definitieve berekening van de huurtoeslag over 2016 wordt ongegrond verklaard vanwege te hoog vermogen.