Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Letsels hals/nek inwendig en uitwendig
Scherprandige letsels (steek- en snijletsels
Bij de beantwoording van deze vraag zal de rechtbank gebruik kunnen en moeten maken van hetgeen verdachte over de gebeurtenissen in de woning heeft verklaard. Verdachte heeft verklaard dat hij, nadat hij spullen heeft weggegooid, op de bank is gaan zitten en dat hij in slaap is gevallen. Op enig moment is hij wakker geworden omdat hij werd geslagen. Verdachte heeft verklaard dat hij door [slachtoffer] is geslagen, naar hij denkt met een telefoon. Hij heeft de telefoon afgepakt en is [slachtoffer] achterna gerend richting de speelkamer. Hij heeft haar geslagen. Hij herinnert zich niet meer wat daarna is gebeurd. Het volgende dat hij zich wel herinnert is dat [slachtoffer] op de grond lag en dat hij met een verlengsnoer in zijn handen stond. Hij heeft het snoer om de hals van [slachtoffer] gedaan en het snoer aangetrokken.
* Cas G (rug links): huid met een vitale wondreactie, te denken valt aan meerdere minuten oud letsel. Een letsel richting enkele tientallen minuten oud lijkt niet helemaal uitgesloten te zijn.
* Cas F (linkerarm): moeilijk te dateren huidbiopt. Enerzijds kenmerken van een vroeg vitale wondreactie, gezien het immuunprofiel passend bij een meerdere minuten oud letsel. Opvallend is dan echter de beginnende infiltratie van PMN en lymfocyten suggererende dat het letsel al iets ouder is. Hiermee in tegenspraak is echter de beperkte expressie van met name CD62p. Het meest waarschijnlijke is derhalve dat de ouderdom van letsel F in de buurt van letsel G ligt.
* Cas A, B (A: hals rechts, B: hals rechts): door mechanische compressieartefacten in met name A moeilijk beoordeelbare morfologie en IH. Voor zover beoordeelbaar focaal tekenen van een vroeg vitaal letsel, gezien het IH profiel passend bij een enkele, mogelijk meerdere minuten oud letsel. Doch door de weefselartefacten dient deze datering met de nodige voorzichtigheid betracht te worden.
* Cas E (linker schouder): huid met een dubieus vitale wondreactie
* Cas C (controle): huid zonder afwijkingen. Enkel in vetweefsel plaatselijk macrofagen zonder ijzer, waarschijnlijk pre-existent.
Hoewel de klap op het voorhoofd (Cas D) minimaal enige tientallen minuten voor het intreden van de dood is ontstaan, kan niet worden vastgesteld in welk tijdsbestek het steken en het verwurgen hebben plaatsgevonden. Daar biedt het letseldateringsonderzoek geen uitsluitsel over. Er wordt in het onderzoek weliswaar benoemd dat de verwondingen als gevolg van het wurgen enkele, mogelijk meerdere minuten voor het intreden van de dood moeten zijn ontstaan. Over de verwondingen van het steken is het rapport echter minder eenduidig. Het onderzoek geeft ook onvoldoende uitsluitsel over de volgorde van de verwurging en het steken.
Dat [slachtoffer] op enig moment zodanig is geslagen of gevallen dat haar schedel is gebarsten lijkt zeer aannemelijk. Op welk moment dat moet zijn gebeurd – voor of na het toebrengen van de steekwonden – kan op grond van het dossier met onvoldoende mate van zekerheid worden vastgesteld. Verder kan ook niet worden vastgesteld op grond van het dossier welke gevolgen het letsel op het hoofd heeft gehad. Zo is niet vast te stellen of [slachtoffer] bijvoorbeeld het bewustzijn heeft verloren als gevolg van het letsel en op welk moment dat zou zijn geweest. Een periode van bewusteloosheid van het slachtoffer zou verdachte immers de gelegenheid hebben geboden zich te beraden over zijn daden.
Verder kan niet worden vastgesteld waar het mes, waarmee is gestoken, vandaan kwam en waar het ten tijde van het steken lag. Als verdachte het mes uit de keuken had moeten pakken, waarvan de officier van justitie in haar requisitoir is uitgegaan, had dit tijdsbestek immers verdachte de gelegenheid kunnen bieden over zijn daden na te denken. Het dossier, noch de verklaring van verdachte, biedt hier echter uitsluitsel over.
Ook kan niet worden vastgesteld waar het verlengsnoer lag, dat verdachte heeft gebruikt om [slachtoffer] te verwurgen. Verdachte heeft hierover verklaard dat het snoer dat hij om de nek van [slachtoffer] heeft gedaan zich in zijn directe omgeving bevond. Het dossier biedt onvoldoende aanknopingspunten om deze verklaring te weerleggen.
Gelet op het voorgaande kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat verdachte zich heeft kunnen beraden over de betekenis en de gevolgen van zijn voornomen daad en zich daarvan rekenschap heeft kunnen geven. Om die reden kan niet tot een bewezenverklaring van voorbedachte raad worden gekomen.
of omstreeks25 maart 2018 te Wernhout, gemeente Zundert, [slachtoffer]
en al dan met voorbedachten radevan het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer] met een kabel te wurgen en
/ofmet een mes
een ofmeermalen in de romp
, in elk geval het lichaamte steken.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het impliciet primair ten laste gelegde feit;
een gevangenisstraf van dertien jaar;
voorarrestheeft doorgebracht
in minderingwordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;