Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 7 februari 2019 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
- die persoon kan niet worden bereikt op het BRP-adres;
- er is geen aangifte van verhuizing ontvangen;
- na gedegen onderzoek zijn geen (andere) verblijf- en adresgegevens van die persoon bekend geworden.
- een brief heeft ontvangen van eisers broer, waarin staat dat hij niet weet waar eiser woont (maart 2018);
- op 4 april en 1 mei 2018 telefonisch contact heeft gehad met eiser;
- brieven heeft gestuurd om eiser aan te sporen zijn verhuizing door te geven (4 april en 1 mei 2018).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het besluit van 28 mei 2018, voor zover dit betrekking heeft op de ambtshalve uitschrijving;
- herroept het besluit van 18 juli 2018;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 170,- aan eiser te vergoeden.