Eiser, een klussenbedrijf, vordert betaling van €3.050,- voor werkzaamheden verricht voor het bouwbedrijf van de onder bewind gestelde partij. De bewindvoerder, gedaagde, voert verweer tegen de hoogte van de facturen en stelt dat de werkzaamheden niet naar behoren zijn uitgevoerd.
De rechtbank oordeelt dat de medewerking van de bewindvoerder aan de afspraken is gegeven, waardoor de vordering op de onder bewind staande goederen kan worden verhaald. De betwisting van de uren door gedaagde is onvoldoende concreet onderbouwd en de stellingen van eiser worden ondersteund door whatsapp-gesprekken.
Het verweer van gedaagde dat er sprake zou zijn van wanprestatie en schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van het openstaande bedrag, wettelijke rente, proceskosten en buitengerechtelijke incassokosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.