Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
die [Slachtoffer 2] te steken, althans woorden en/of (een) da(a)d(en) van gelijke dreigende aard of strekking;
en/of
hij op of omstreeks 31 mei 2019 te Steenbergen [Slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [Slachtoffer 2] met een mes in de linkerarm, althans enig lichaamsdeel, te steken/snijden ten gevolge waarvan die [Slachtoffer 2] pijn en/of letsel heeft ondervonden.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
verdachtebetreft, de dunne, de lange donkere man
[Naam 1]en het kindje
[Slachtoffer 1], het zoontje van aangeefster en [Naam 1] .
waarde vrouw werd geraakt.
probeerdete slaan met de hamer.
niets te zienis en dat alleen sprake is van een pijnlijke plek op de behaarde hoofdhuid.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde onder
feit 1 primair, feit 2 primair, subsidiair en meer subsidiair en feit 4;
een gevangenisstraf van 270 dagen, waarvan 172 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarde:
voorarrestheeft doorgebracht
in minderingwordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;