Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
gezegd dat hij mijn leven kapot zou maken als ik mijn gezicht op Neeltje zou laten zien. Het zou hem niet uitmaken of dat zijn baan kost of niet. Door zijn bedreigingen durfde ik niet meer met hem te werken, dit heb ik uitgesteld. Uiteindelijk moest ik toch een zondag met hem werken en dit pakte anders uit dan gedacht. Tegen [G.] zei hij dat ik binnen 5 minuten moest kiezen, of ik naar huis, of hij naar huis. Hij wilde namelijk absoluut niet met mij op een werkvloer staan. Uiteindelijk is hij naar mij toegelopen om te zeggen dat hij naar huis ging. Hij heeft ons achtergelaten met veel problemen die we zelf maar moesten oplossen, puur omdat hij niet met mij wil werken .
3.Het verzoek en het verweer met zelfstandig tegenverzoek
- een billijke vergoeding van € 15.000,00;
- de transitievergoeding van € 4.894,00;
- de vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 5.339,11;
bij wijze van zelfstandig tegenverzoek– samengevat –bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
4.De beoordeling
inzake het verzoekbegroot op € 561,00, zijnde € 81,00 aan griffierecht en € 480,00 (2 punten x € 240,00) aan salaris gemachtigde en
inzake het tegenverzoekbegroot op € 240,00 (0,5 x 2 x € 240,00) aan salaris gemachtigde.