Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrij van de feiten 1 en 2 primair en subsidiair;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 24 november 2018 vond een schietincident plaats in Breda waarbij aangever en verdachte gewond raakten. Verdachte werd beschuldigd van een ripdeal, medeplegen poging tot doodslag en bedreiging met een mes. De officier van justitie baseerde zich op verklaringen, 112-melding, sporenonderzoek en medische gegevens, en achtte de verklaring van aangever het meest betrouwbaar.
De verdediging stelde dat verdachte slechts aanwezig was om hennep te testen en ontkende betrokkenheid bij de ripdeal en bedreiging. Volgens de verdediging was het bloed op het mes door verwondingen van verdachte in de auto terechtgekomen en ontbrak het bewijs dat verdachte wist van het plan tot doodslag.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor de ripdeal en de poging tot doodslag door verdachte. De bedreiging met een mes kon niet worden bewezen omdat de omstandigheden onduidelijk bleven en de verklaring van aangever niet voldoende steun vond. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard en kunnen bij de civiele rechter worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van ripdeal, poging doodslag en bedreiging wegens onvoldoende bewijs.