Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
- oplichting, op 1 februari 2019 te Bennekom, gemeente Ede;
- oplichting, op 5 april 2019 te Vlissingen, gemeente Vlissingen;
- oplichting, op 4 februari 2019 te Leusden, gemeente Leusden;
- oplichting, op 10 april 2019 te Vlissingen, gemeente Vlissingen;
- verduistering, op 1 januari 2019 te Mechelen, gemeente Gulpen-Wittem.
7.De benadeelde partijen
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 primair en subsidiair, 3 primair en subsidiair, en 5 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten;
een gevangenisstraf van 290 (tweehonderdnegentig) dagen;
een gedeelte van deze gevangenisstraf groot 90 (negentig) dagenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de
proeftijd van drie (drie) jaarna te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;
algemene voorwaarde:
bijzondere voorwaarden:
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;
een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
60 (zestig) dagen;