ECLI:NL:RBZWB:2019:5011
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering parkkosten vakantiepark na beëindiging lidmaatschap beheervereniging
De zaak betreft een geschil tussen een beheervereniging van een vakantiepark en voormalige eigenaren van een vakantievilla over de omvang van de bijdrage in parkkosten over 2009-2011 na opzegging van het lidmaatschap. De vereniging vorderde betaling van parkkosten, maar kon deze niet voldoende specificeren.
De kantonrechter verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat niet-leden niet zonder meer gebonden zijn aan de begroting van de vereniging, maar wel een bijdrage kunnen verschuldigd zijn voor exploitatie en beheer van het park. De vereniging stelde dat alle kosten exploitatie- en beheerskosten zijn, zonder zuivere lidmaatschapskosten.
De voormalige eigenaren betwistten de hoogte en noodzaak van diverse kostenposten en stelden dat de vereniging onvoldoende inzicht gaf in de specificatie en onderbouwing van de kosten. De kantonrechter oordeelde dat de vereniging niet voldeed aan de opdracht om de kosten voldoende te specificeren en kon daardoor niet vaststellen dat de vordering terecht was.
De vordering werd afgewezen, met een verklaring voor recht dat de voormalige eigenaren niet in gebreke zijn met betaling over de betreffende periode. Proceskosten werden deels toegewezen en deels gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering van de beheervereniging tot betaling van parkkosten door voormalige eigenaren wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie en onderbouwing.