Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- het proces-verbaal van de zitting in de hoofdzaak, van 3 oktober 2019, tijdens welke zitting het verzoek tot wraking is gedaan;
- de schriftelijke reactie van de gewraakte rechter, van 21 oktober 2019;
- de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak;
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer ter zitting van 25 oktober 2019, waarbij aanwezig waren: namens verzoekster, mr. A.J.M. van der Borst en namens de gedaagden in de hoofdzaak, mr. W.G. Reddingius.
2.Het verzoek
3.Feiten
4.Het standpunt van verzoekster
- de rechter ter zitting heeft opgemerkt dat de dagvaarding niet aan de substantiëringsverplichting voldoet, zonder dat de wederpartij zich op dat standpunt had gesteld, en dat de kantonrechter suggereerde dat dit door verzoekster opzettelijk zou zijn gedaan om een voorsprong te hebben op de wederpartij op de comparitie;
- de rechter net deed of hij de stukken niet kende om de directeur van verzoekster, een leek op juridisch gebied, ten aanzien van deels juridisch getinte standpunten, aan een kruisverhoor te onderwerpen.
5.Het standpunt van de rechter
- hij heeft kenbaar gemaakt dat hij vooralsnog vond dat de dagvaarding niet aan de substantiëringsverplichting voldoet, dat partijen daarop hebben mogen reageren en dat hij heeft gezegd dat hij daarover na zou denken;
- hij ter zitting heeft duidelijk gemaakt dat hij met vragen ter comparitie meer duidelijkheid verkrijgt van partijen en dat hij bij voorkeur vragen stelt aan partijen zelf en niet aan hun advocaat.
6.Het standpunt van de gedaagden in de hoofdzaak
- de rechter op juiste wijze heeft uiteengezet wat de substantiëringsverplichting inhoudt;
- de rechter terecht kritische vragen heeft gesteld en dat dit een normale gang van zaken is.
7.De beoordeling
8.Beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaaknummer 7635392 CV EXPL 19-1952 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.