Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[eiser in conventie] ,
[eiser in conventie],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 april 2019 met de daarin genoemde stukken,
- de akte van depot van 5 augustus 2019, waaruit blijkt dat mr. de Bakker een USB-stick in het geding heeft gebracht,
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 31 t.m. 42,
- het proces-verbaal van comparitie van 3 september 2019.
2.Het geschil
in conventie
3.De beoordeling
ik leg mijn erfgenamen de last op om bij verkoop en levering van de woning aan de [adres] te [adres] die mij en mijn echtgenote gezamenlijk in eigendom toebehoort, om mijn echtgenote voor een bedrag groot drie honderd duizend euro ( € 300.000,00) in de opbrengst te laten delen voor het geval de koopsom op een lager bedrag dan zes honderd duizend euro ( € 600.000,00) wordt vastgesteld. Deze last gaat bij het overlijden van mijn echtgenote over op haar beide dochters of diegene die krachtens de wettelijke regels omtrent plaatsvervulling voor een van desbetreffende dochters in de plaats komen.”
de bij het verlijden van de akte verschijnende personen en getuigen moeten aan de notaris bekend zijn. Hij stelt de identiteit van de personen die de eerste maal voor hem verschijnen vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht en vermeldt de aard en het nummer daarvan in de akte (…)”;[eisers in conventie] c.s. wijzen vervolgens op de inhoud van artikel 39 lid 5 Wna Pro:
“in geval van niet naleving van enige bepaling van dit artikel, met uitzondering van het eerste lid, tweede en vierde volzin, mist de akte authenticiteit en voldoet zij niet aan de voorschriften waarin de vorm van een notariële akte wordt geëist”.