ECLI:NL:RBZWB:2019:4310

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 oktober 2019
Publicatiedatum
2 oktober 2019
Zaaknummer
02-185310-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaren tegen handhaving beperkingen in strafonderzoek wegens schending vertrouwensbeginsel

In deze strafzaak tegen verdachte, die gedetineerd is in PI Middelburg, werd een bezwaarschrift ingediend tegen beperkingen die door de officier van justitie waren opgelegd in het belang van het onderzoek. De verdediging stelde dat het handhaven van deze beperkingen in strijd was met het vertrouwensbeginsel, omdat de officier van justitie op 24 september 2019 ter zitting had toegezegd dat de beperkingen uiterlijk 1 oktober 2019 zouden worden opgeheven.

De rechtbank heeft het strafdossier bestudeerd en zowel de officier van justitie als de verdachte en diens raadsman gehoord. Uit het proces-verbaal van 24 september 2019 bleek dat de officier van justitie ondubbelzinnig en ongeclausuleerd had toegezegd de beperkingen uiterlijk 1 oktober te zullen opheffen. De rechtbank oordeelde dat verdachte op deze toezegging mocht vertrouwen.

Aangezien de beperkingen echter nog steeds van kracht waren op 1 oktober 2019, handelde de officier van justitie in strijd met zijn toezegging en daarmee met het vertrouwensbeginsel. De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift gegrond en bepaalde dat de beperkingen direct opgeheven moesten worden.

Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en de beperkingen worden direct opgeheven.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-185310-19
beslissing op bezwaarschrift tegen beperkingen in het belang van het onderzoek van de raadkamer d.d. 01 oktober 2019
(artikel 62a Wetboek van Strafvordering)
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres]
feitelijk verblijfsadres:
[verbllijfadres] ,
nu gedetineerd in PI Middelburg- locatie Torentijd.
Raadsman mr. H.M. Dunsbergen.

Procedure

Op 26 september 2019 is op de griffie van deze rechtbank een bezwaarschrift ingekomen dat strekt tot opheffing van de door de officier van justitie opgelegde beperkingen in het belang van het onderzoek.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gehoord.

Beoordeling

Door de verdediging is het verweer gevoerd dat het handhaven van de beperkingen in strijd is met het vertrouwensbeginsel aangezien de officier van justitie ter zitting van 24 september 2019 de toezegging heeft gedaan dat de beperkingen uiterlijk 1 oktober 2019 worden opgeheven. De rechtbank overweegt het volgende. In het proces-verbaal van de zitting van 24 september 2019 is als standpunt van de officier van justitie vermeld dat ‘de beperkingen er uiterlijk 1 oktober af zullen gaan. Ik verzoek u om het bezwaarschrift op dit moment ongegrond te verklaren.’. Zoals uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt geldt het zittingsproces-verbaal in beginsel als enige kenbron voor de aldaar in acht genomen vormen en mededelingen. Daar van uitgaande is door de officier van justitie op 24 september 2019 de ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging gedaan dat de aan verdachte opgelegde beperkingen uiterlijk 1 oktober 2019 zouden worden opgeheven. Verdachte heeft hierop mogen vertrouwen. De rechtbank stelt vast dat de beperkingen nog steeds van kracht zijn. Daarmee handelt de officier van justitie in strijd met zijn toezegging van 24 september 2019 en is er sprake van strijd met het vertrouwensbeginsel. Hetgeen de officier van justitie ter zitting van 1 oktober 2019 naar voren heeft gebracht, maakt dit niet anders.
De conclusie van het voorgaande is dat het verweer doel treft. Het bezwaarschrift zal gegrond worden verklaard.
.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart het bezwaarschrift gegrond;
bepaalt dat de aan verdachte opgelegde beperkingen direct zullen worden opgeheven.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 01 oktober 2019 door:
mr. G.H. Nomes, voorzitter,
mr. I.M. Josten en mr. E.J. Zuijdweg, rechters,
in tegenwoordigheid van M.A. de Waard-Nooitgedagt, griffier.
voor executie,
de officier van justitie.