ECLI:NL:RBZWB:2019:4310
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen handhaving beperkingen in strafonderzoek wegens schending vertrouwensbeginsel
In deze strafzaak tegen verdachte, die gedetineerd is in PI Middelburg, werd een bezwaarschrift ingediend tegen beperkingen die door de officier van justitie waren opgelegd in het belang van het onderzoek. De verdediging stelde dat het handhaven van deze beperkingen in strijd was met het vertrouwensbeginsel, omdat de officier van justitie op 24 september 2019 ter zitting had toegezegd dat de beperkingen uiterlijk 1 oktober 2019 zouden worden opgeheven.
De rechtbank heeft het strafdossier bestudeerd en zowel de officier van justitie als de verdachte en diens raadsman gehoord. Uit het proces-verbaal van 24 september 2019 bleek dat de officier van justitie ondubbelzinnig en ongeclausuleerd had toegezegd de beperkingen uiterlijk 1 oktober te zullen opheffen. De rechtbank oordeelde dat verdachte op deze toezegging mocht vertrouwen.
Aangezien de beperkingen echter nog steeds van kracht waren op 1 oktober 2019, handelde de officier van justitie in strijd met zijn toezegging en daarmee met het vertrouwensbeginsel. De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift gegrond en bepaalde dat de beperkingen direct opgeheven moesten worden.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en de beperkingen worden direct opgeheven.