Op 29 december 2018 drong verdachte, samen met anderen, de woning van het slachtoffer in Goes binnen door braak. Tijdens de overval bedreigde verdachte het slachtoffer met een vuurwapenachtig voorwerp terwijl het slachtoffer in bed lag. Er werd een GSM en geld gestolen. Verdachte bekende de feiten tijdens de zitting van 22 juli 2019.
De rechtbank achtte de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen op basis van de bekennende verklaring, aangifte van het slachtoffer en het proces-verbaal van het vuurwapenachtig voorwerp. Verdachte werd veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met bijzondere voorwaarden zoals reclasseringstoezicht en een contactverbod met het slachtoffer.
De rechtbank hield rekening met strafverzwarende omstandigheden zoals het weloverwogen karakter van de overval, het gebruik van een vuurwapenachtig voorwerp en het binnendringen gedurende de nachtrust. Strafverminderend werd de jonge leeftijd van verdachte, zijn volledige bekentenis en het ontbreken van eerdere veroordelingen meegewogen.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €988,61 voor materiële en immateriële schade, welke door de rechtbank werd toegewezen met wettelijke rente vanaf de datum van de overval. Verdachte werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld, met de bepaling dat betaling door mededaders in mindering wordt gebracht.
De rechtbank legde tevens voorwaarden op voor reclasseringstoezicht, waaronder meldplicht en middelencontrole, en bepaalde dat de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht op de strafuitvoering.