ECLI:NL:RBZWB:2019:3968
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning stallingsruimte Oud-Vossemeer
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen om een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een stallingsruimte op een perceel te Oud-Vossemeer. Hij stelde dat de uitbreiding van het industrieterrein Klaverveld leidt tot een hogere geluidsbelasting en verkeersgevaar bij zijn woning, in strijd met eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De voorzieningenrechter overwoog dat het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan en voldoet aan het bouwbesluit, de bouwverordening en de redelijke eisen van welstand. Er doen zich geen weigeringsgronden voor op grond van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo, waardoor het college verplicht was de vergunning te verlenen. Een belangenafweging is wettelijk niet toegestaan bij de beslissing op deze aanvraag.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de door verzoeker aangevoerde geluidsoverlast en verkeersgevaar geen grond vormen om de vergunning te weigeren. Ook de verkoop van de grond en het grotere verband van gemeentelijke plannen vallen buiten het bestreden besluit en kunnen niet in deze procedure worden betrokken.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Kok op 6 september 2019 en bindt de rechtbank niet in een eventuele bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van een stallingsruimte wordt afgewezen.