ECLI:NL:RBZWB:2019:381
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing persoonsgebonden budget voor individuele begeleiding wegens onvoldoende vermogen tot beheer
Eiser vroeg om een persoonsgebonden budget (pgb) voor individuele begeleiding in plaats van zorg in natura. Het college besloot echter een zorg in natura toe te kennen en het pgb te weigeren omdat eiser niet in staat zou zijn het pgb op verantwoorde wijze te beheren, mede vanwege zijn verstandelijke beperking en bewindvoering.
De rechtbank stelde vast dat het college zorgvuldig onderzoek had gedaan, inclusief gesprekken met eiser, zorgaanbieder Amarant, de toenmalige bewindvoerder en familie. Het college mocht het oordeel baseren op deze bronnen en hoefde geen aanvullend medisch advies in te winnen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet zelfstandig of met hulp van zijn sociale netwerk of vertegenwoordiger het pgb kan beheren, mede omdat de beoogde hulpverlener (dochter) zelf onder bewind staat en niet de kwaliteit van zorg kan toetsen. De keuze van eiser voor een niet-gecontracteerde zorgaanbieder op basis van pgb komt voor zijn eigen risico.
Verder vond de rechtbank dat de toegekende drie uur begeleiding per week passend was bij het profiel van eiser en dat onvoldoende aanwijzingen bestonden voor meer uren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van het college bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen persoonsgebonden budget toe te kennen.