Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
.Ook is bij verdachte sprake van een grote mate van maatschappelijke desintegratie, waardoor het risico op hernieuwd delictgedrag (met schade voor anderen) door de reclassering als hoog wordt ingeschat
.Verdachte heeft geen vertrouwen in de Nederlandse hulpverlening en geeft aan naar Marokko te willen vertrekken, waar hij al eerder een periode van abstinentie heeft bereikt. Bij terugkeer naar Nederland viel hij echter weer terug in gebruik, waardoor de reclassering een vertrek naar Marokko niet als constructieve bijdrage ziet om de risico’s te beperken. De reclassering adviseert om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een ambulante behandeling (met de mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname), begeleid wonen of maatschappelijke opvang en het leveren van een inspanningsverplichting ten aanzien van dagbesteding. De reclassering ziet geen meerwaarde in een groot voorwaardelijke strafdeel, omdat verdachte weinig gevoelig lijkt te zijn voor de justitiële druk die daarvan uitgaat. Daarbij biedt een langer onvoorwaardelijk strafdeel de mogelijkheid om gedurende de detentie(fasering) het plan van aanpak voor verdachte gestalte te geven. De reclassering ziet namelijk ondanks de kleine kans van slagen, vanwege de beperkte responsiviteit van verdachte, wel noodzaak tot een justitieel kader na zijn detentie.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de
onder 1 primair tenlastegelegde poging tot doodslag;
een gevangenisstraf van 12 maanden;