Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
- 6, in elk geval een of meer inkoopfactu(u)r(en), volgens factuuropdruk(ken) (telkens) afkomstig van [naam 3] en gericht aan de B.V. (45590 F/4738, 45590 F/4953, 45590 F/4960, 45590 F/5223, 45590 F/5316 en 45590 F/5435) en/of een of meer (andere) inkoopfactu(u)r(en), volgens factuuropdruk(ken) (telkens) afkomstig van [naam 3] en gericht aan de B.V., zoals vermeld op het overzicht bijlage 49412, D-28 en/of
- 24, in elk geval een of meer verkoopfactu(u)r(en) van de B.V. aan een of meer afnemer(s) van de B.V. (45590 F/4984, 45590 F/5206, 45590 F5213, 45590 F/5475, 45590 F/5564 en 45590 F/5683 en 49412 D-26-d-1 tot en met 49412 D-26-u-1) en/of een of meer (andere) verkoopfactu(u)r(en) van de B.V. aan een of meer afnemer(s) van de B.V., zoals vermeld op overzicht bijlage 49412 D-29,
- 6, in elk geval een of meer inkoopfactu(u)r(en), volgens factuuropdruk(ken) (telkens) afkomstig van [naam 3] en gericht aan
- 6, in elk geval een of meer verkoopfactu(u)r(en) van
- 6, in elk geval een of meer inkoopfactu(u)r(en), volgens factuuropdruk(ken) (telkens) afkomstig van [naam 3] en gericht aan de B.V. (45590 F/3389, 45590 F/3400, 45590 F/3570, 45590 F/4012, 45590 F/4464 en 45590 F/4561) en/of een of meer (andere) inkoopfactu(u)r(en), volgens factuuropdruk(ken) (telkens) afkomstig van [naam 3] en gericht aan de B.V., zoals vermeld op het overzicht bijlage 49413, D-28 en/of
- 6, in elk geval een of meer verkoopfactu(u)r(en) van de B.V. aan een of meer afnemer(s) van de B.V. (45590 F/3460, 45590 F/3621, 45590 F/3650, 45590 F/4314, 45590 F/4631 en 45590 F/4706) en/of een of meer (andere) verkoopfactu(u)r(en) van de B.V. aan een of meer afnemer(s) van de B.V., zoals vermeld op overzicht bijlage 49413 D-29,
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- Is door medeverdachte [naam 7] jegens [naam 9] en [naam 2] een overdrachtshandeling verricht die deze vennootschappen in staat stelde als eigenaar over de auto’s te beschikken?
- Wisten de hierboven genoemde verdachten van de BTW-fraude die met de door of via hen gekochte auto’s werd gepleegd?
- Is er – gelet op de twee genoemde aspecten, of om een andere reden - sprake van een valselijk opgemaakte administratie?
- [naam 8] (voorheen [naam 1] ) worden aangeduid als [naam 12] ;
- de later opnieuw door [verdachte] opgerichte [naam 1] worden aangeduid als [naam 13] ;
- [naam 2] wordt aangeduid als [naam 5] .
- [verdachte] kocht auto’s in bij [naam 7] en verkocht deze aan door hem benaderde afnemers;
- [naam 7] factureerde in overleg en samenspraak met [verdachte] deze auto’s aan [naam 10] , feitelijk zijnde [naam 9] ;
- Tussen [naam 9] en [naam 7] bestond geen contact;
- De auto’s werden door [naam 10] , feitelijk zijnde [naam 9] , gefactureerd aan de bedrijven aan wie [verdachte] de auto’s had verkocht;
- Voornoemde handelwijze was bij de afnemers blijkens diverse afgelegde verklaringen bekend en geaccepteerd;
- Een en ander was mede ingegeven door de wijze waarop de financiering binnen de holdingstructuur vorm was gegeven;
- De vennootschappen binnen de holding vormden een fiscale eenheid;
- [naam 17] was bestuurder van [naam 12] met ingang van 29 juni 2006 en eveneens bestuurder van [naam 9] met ingang van 31 mei 2006;
- Van [naam 17] waren [naam 18] (met ingang van 31 mei 2006) en [naam 20] (met ingang van 29 december 2007) bestuurder;
- In- en verkopen en winst of verlies daarop kwamen via de holdingstructuur uiteindelijk ten goede of ten laste van alle betrokkenen in die structuur;
- De door [naam 7] aan [naam 10] verkochte auto’s waren verzekerd via [naam 9] .
- [verdachte] kocht auto’s in bij [naam 7] en verkocht deze aan door hem benaderde afnemers;
- [naam 7] factureerde in overleg en samenspraak met [verdachte] deze auto’s aan [naam 5] ;
- Tussen [naam 5] en [naam 7] bestond geen contact;
- De auto’s werden door [naam 5] gefactureerd aan de afnemers waar [verdachte] de auto’s aan had verkocht;
- Voornoemde handelwijze was bij de afnemers blijkens diverse afgelegde verklaringen bekend en geaccepteerd. Velen van hen waren op de hoogte van de tussen [verdachte] en [naam 5] bestaande samenwerking. Afnemer [naam 21] omschrijft het als werken onder de paraplu van [naam 4] . Getuige [naam 22] zegt dat [verdachte] ging werken onder de vlag van [naam 4] . Een andere afnemer, [naam 23] , wist dat [verdachte] en [naam 4] vrienden van elkaar waren. [naam 24] noemt het niet ongebruikelijk dat de factuurstroom via een ander bedrijf loopt. Ook getuige [naam 25] verklaart dat het regelmatig zo loopt in de autohandel;
- Een en ander was mede ingegeven door de tussen [verdachte] en [naam 4] afgesproken wijze van samenwerking, waarin [verdachte] onder andere gebruik zou maken van de aan [naam 5] ter beschikking staande financiële middelen en waarin [verdachte] , volgens zijn verklaring bij de rechter-commissaris, op naam en voor risico van [naam 5] werkte. Ter zitting heeft hij verklaard met zijn vennootschap alleen voor [naam 5] te hebben gewerkt;
- [naam 26] verklaarde op 28 juni 2012 dat bij [naam 13] een verkoopboek werd bijgehouden van alle auto’s die [naam 13] verkocht, waaronder de [naam 7] -auto's. Af en toe, 2 of 3 keer per week, ging [naam 26] met het verkoopboek langs bij [naam 5] om daar te laten zien welke auto's door [naam 13] waren ingekocht en door [naam 5] betaald moesten worden en welke auto’s waren verkocht en aan wie [naam 5] verkoopfacturen moest sturen. [naam 5] had daarmee volledig inzage in de transacties die door [naam 13] werden gedaan;
- [naam 5] vergoedde aan [naam 13] per kwartaal een bedrag van
- [naam 5] verrichtte blijkens haar verklaring ter zitting met betrekking tot diverse aan haar gefactureerde auto’s het uitschrijven van vrijwaringsbewijzen, omdat [naam 13] daartoe bij de aanvang van de samenwerking (nog) niet de mogelijkheid had. Uit de door de advocaat van [naam 4] bij brief van 18 april 2019 overgelegde vrijwaringsbewijzen kan worden opgemaakt dat die vrijwaring ook in latere jaren nog plaatsvond. Getuige [naam 22] , een afnemer van [naam 13] , heeft verklaard dat hij de deals sloot met [verdachte] en dat hij de facturatie en vrijwaring met [naam 4] deed;
- Uit de bij voornoemde brief overgelegde voorraadlijsten kan worden opgemaakt dat de aan [naam 5] gefactureerde auto’s in de voorraadadministratie van [naam 5] werden opgenomen;
- Volgens [naam 26] - in zijn verklaring van 28 juni 2012 - waren 9 van de 10 auto’s op voorhand verkocht. Voor [naam 5] bestond er derhalve (enig) risico omdat niet elke auto was verkocht op het moment dat deze door [naam 7] werd gefactureerd. Bovendien blijkt uit verklaringen die zich in het dossier bevinden dat er op verkochte auto’s ook auto’s werden ingeruild. Ook daar liep [naam 5] risico. De problemen met de inruilauto’s en het verlies dat daarop werd geleden, waren in de relatie met [naam 9] ook de reden geweest om de samenwerking te beëindigen;
- Auto’s die bij [naam 13] stonden, werden blijkens mails van 29 april 2009 (bijlage bij pleitnota [naam 4] ) door [naam 4] gemeld aan haar verzekeringstussenpersoon als auto’s van haar bedrijfsvoorraad en waren aldus als zodanig aangemeld voor de verzekering op naam van [naam 5] .
- Facturen van [naam 7] aan [naam 10] en [naam 5] zijn in de meeste gevallen eerder gedateerd dan de facturen van de plofbedrijven aan [naam 7] ;
- Er vindt steeds een prijsval plaats op de facturen van de plofbedrijven aan [naam 7] ten opzichte van de inkoopprijzen in Duitsland;
- Ook de verkoopprijs aan de uiteindelijke afnemer is nog lager dan de inkoopprijs in Duitsland.
- een Duitstalig overzicht (AH-04, D-02);
- twee overzichten afkomstig van [naam 7] d.d. 8 november en 7 december 2010;
- een overzicht “ZIJN BINNEN”;
- de “Voorrraadlijsten”;
- het raadplegen door [naam 13] van internetsites om te kijken wat de waarde van bepaalde auto’s was;
- het opvragen van informatie uit het [naam 27] systeem;
- de inhoud van een aantal tapgesprekken.
- Er uitsluitend voor de facturatie en betalingen gebruik is gemaakt van [naam 5] ;
- [verdachte] en [naam 26] ervan op de hoogte waren dat [naam 7] zijn auto’s ophaalde in Duitsland;
- Er contact werd onderhouden met [naam 6] inzake de bestelling van auto’s.
- De facturenketen anders loopt dan de handelsketen;
- Bij de inkoop wetenschap bestond ten aanzien van de prijsval en mitsdien de bedragen op de facturen niet kunnen kloppen;
- Er op de facturen van [naam 10] en [naam 10] fouten staan.
- Op de door [naam 7] verzonden verkoopfacturen stond als geadresseerde [naam 10] vermeld, zonder de toevoeging BV, welke naam tot aan de oprichting van de holding op 31-05-2006 de handelsnaam was van [naam 31]
- Er zijn verkoopfacturen verzonden op naam van [naam 10] , terwijl een dergelijke BV niet bestaat;
- Op de facturen ten name van [naam 10] staat een BTW-nummer en een nummer KvK, dat toebehoort respectievelijk correspondeert met [naam 31] .
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de aan hem ten laste gelegde feiten.