Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 23 mei 2019 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Omvang geschil
Wettelijk kader
Eerste ziektedag
Toetsingskader
Medische beoordeling
.Beide artsen van het UWV hebben eisers dossier, waaronder gegevens van behandelaars, bestudeerd. De arts bezwaar en beroep beschikte daarbij over meer gegevens van behandelaars dan de arts die het eerste onderzoek gedaan heeft. Ook hebben beide artsen eiser gezien en psychisch en lichamelijk onderzocht. Het lichamelijk onderzoek door de arts bezwaar en beroep was daarbij uitgebreider dan dat van de arts.
Arbeidskundige beoordeling
.Daarin is inzichtelijk gemotiveerd dat, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, eiser de werkzaamheden kan verrichten die verbonden zijn aan deze functies. Eisers standpunt dat hij niet in staat is de geselecteerde functies te verrichten, vloeit voort uit zijn opvatting dat zijn medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 6.3 heeft geconcludeerd is die opvatting niet juist.
Mate van arbeidsongeschiktheid
Conclusie
Proceskosten