Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 19 april 2019 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
4 december 2015.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen per 4 december 2015 vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van 29,88%, onder de vereiste 35%.
De rechtbank heeft uitgebreid medisch en arbeidskundig onderzoek laten verrichten, waaronder een deskundigenrapport van een internist-infectioloog en verzekeringsartsen van het UWV. Hoewel eiseres cognitieve, psychische en energetische beperkingen aanvoert, concludeert de rechtbank dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adequaat zijn vastgesteld en dat de voorgestelde aanscherpingen niet leiden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De arbeidsdeskundige heeft geschikte functies vastgesteld die binnen de belastbaarheid van eiseres passen. De berekening van het UWV leidt tot een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestaat.
De rechtbank volgt de onafhankelijke deskundige en acht het medisch oordeel van het UWV voldoende gemotiveerd en consistent. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.