De zaak betreft een beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om een tegemoetkoming in planschade toe te kennen aan een woningeigenaar vanwege waardevermindering door de inwerkingtreding van een bestemmingsplan voor een nieuwe woonwijk met circa 380 woningen.
De rechtbank beoordeelt of de planschade voorzienbaar was ten tijde van de aankoop van de woning. De SAOZ adviseerde afwijzing van de aanvraag omdat woningbouw al sinds 1986 voorzienbaar was op basis van eerdere structuurvisies. Het college keerde zich echter af van dit advies en kende een tegemoetkoming toe, stellende dat woningbouw niet voorzienbaar was.
De rechtbank oordeelt dat het college onjuist heeft afgeweken van het deskundigenadvies zonder voldoende motivering. De voorzienbaarheid was niet doorbroken door de recentere Structuurvisie 2020, mede omdat eerdere beleidsvoornemens uit 1993 nog steeds golden. Daarom had de aanvraag moeten worden afgewezen.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en het bezwaar van de aanvrager ongegrond verklaard. Het bezwaar van een andere partij wordt niet-ontvankelijk verklaard. Proceskosten en griffierecht worden deels vergoed.