Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 14 december 2018 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker,
het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren, verweerder.
Procesverloop
- het besluit van 31 juli 2018, waarbij er een maatregel van 100% is opgelegd over de maand augustus 2018 (BRE 18/7477 PW VV);
- het besluit van 7 augustus 2018, waarbij er een maatregel van 100% is opgelegd over de maand september 2018 (BRE 18/7478 PW VV);
- het besluit van 22 oktober 2018, waarbij er een maatregel is opgelegd over de maanden november 2018, december 2018, januari 2019 en februari 2019 (BRE 18/7479 PW VV).
mr. Ch. Spiro en J. van der Wekken.
Overwegingen
Voorzieningenrechter beslist op verzoeken en beroep
willenzeggen dat hij het gesprek van 2 augustus 2018 wilde afwachten, maar dat hij dit niet zo duidelijk heeft gezegd. Daarbij komt dat beide partijen het erover eens zijn dat verzoeker heeft gesproken over redenen waarom hij het werk
nietzou kunnen doen. De voorzieningenrechter vindt het aannemelijk dat er vervolgens is geprobeerd om verzoeker op andere gedachten te brengen. Het is duidelijk dat dit niet is gelukt, want de proefplaatsing heeft nooit plaatsgevonden. De voorzieningenrechter vindt het dan ook aannemelijk dat verzoeker de proefplaatsing heeft geweigerd.
Van een reden om van verlaging af te zien, is niet gebleken. Dit betekent dat de maatregel van 100% in de maand augustus 2018 in stand blijft.
“nou die kun je mee tellen! Doet het goed als er op een verjaardag stilte valt. ‘Die van Orionis sturen je overal op af om dan na een week of eerder weer weggestuurd te worden omdat je toch niets kunt’. Wat ik zij om hem zover te krijgen dat hij eens langs kwam voor een praatje… het was één en al negativiteit. ‘Zeg maar tegen die lui bij Orionis dat ik twee linkerhanden heb anders beginnen ze weer te zeiken.’ Maar er moet hier ook het nodige aan elektrisch gebeuren, u heeft toch bij [naam bedrijf 3] gewerkt? ‘Aa daar weet ik nu niks meer van.’ Zoek u nu werk of niet? ‘Ja maar dan eens een boodschapje of zo doen.’ Het begon er mij op te lijken dat ik aan een dood paard stond te trekken om hem weer in leven te krijgen wat sinds het bestaan van de mensheid nog niemand is gelukt.”
De voorzieningenrechter zal daarom uitgaan van een maatregel van 100% in de maanden november 2018, december 2018 en januari 2019.
Beslissing
- verklaart de beroepen (BRE 18/7957 PW en BRE 18/7958 PW) ongegrond;
- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af, voor zover deze zien op de maatregel in de maanden augustus en september 2018 (BRE 18/7477 PW VV en BRE 18/7478 PW VV);
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, in die zin dat Orionis de betaling van de bijstandsuitkering dient te hervatten vanaf december 2018 tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar (BRE 18/7479 PW VV);
- draagt Orionis op het in de zaak BRE 18/7479 PW VV betaalde griffierecht van € 46,- aan verzoeker te vergoeden;
- veroordeelt Orionis in de zaak BRE 18/7479 PW VV in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.002,-.