Uitspraak
1.Het verloop van het geding
a. de dagvaarding van 29 december 2017, met producties;
b. de brief van 18 januari 2018 van mr. Cools, met producties;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder ontruiming van een woning nadat de politie een hennepkwekerij aantrof met 576 planten. De verhuurder stelt dat er sprake is van brandgevaar en ernstige schade aan het pand die spoedig hersteld moet worden.
De huurder voert verweer en stelt dat er geen spoedeisend belang is omdat de hennepkwekerij direct is verwijderd, de elektra is afgesloten en het pand door de gemeente voor twee maanden is gesloten en verzegeld. Hierdoor kan geen ontruiming of herstel plaatsvinden.
De kantonrechter overweegt dat ontruiming een zeer ingrijpende maatregel is die alleen bij acuut en ernstig spoedeisend belang kan worden toegewezen. Gezien het ontbreken van bewijs voor brandgevaar en ernstige schade, en de gemeentelijke sluiting, is geen spoedeisend belang aanwezig.
Daarom wordt de verhuurder niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen en veroordeeld in de proceskosten van de huurder.
Uitkomst: Verhuurder wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken spoedeisend belang en veroordeeld in proceskosten.