Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
of omstreeks29 oktober 2017 te Breda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [Slachtoffer] van het leven te beroven, immers heeft verdachte met dat opzet toen aldaar zijn personenauto zodanig bestuurd dat hij
(veel
)te hoge snelheid,
in elk geval met een hogere dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, op de openbare weg Prinsenkade/Nieuwe Prinsenkade heeft gereden en
/of (daarbij
)
een vande oversteekplaats
enop die Prinsenkade/Nieuwe Prinsenkade
(met die snelheid
)is genaderd en niet of onvoldoende voor die oversteekplaats zijn voertuig heeft afgeremd en
/of
die snelheid, althans metnagenoeg onverminderde snelheid
, in elk geval met te hoge snelheid, terwijl er mensen aan het oversteken waren, die oversteekplaats is overgereden en
/of
(vervolgens)daarbij met zijn personenauto tegen die [Slachtoffer] is aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
al dan nietals bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Breda op
/aande Prinsenkade/Nieuwe Prinsenkade, op
of omstreeks29 oktober 2017 de
(voornoemde)plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij
wist ofredelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander
(te weten [Slachtoffer]
)letsel was toegebracht.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering tot tenuitvoerlegging
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaar;
de tijd die verdachte voor de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak in
voorarrestheeft doorgebracht
in minderingwordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van vijf (5) jaar;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.