Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 1 primair en subsidiair en het onder 2 tenlastegelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid aan de invoer van circa 18.947,75 gram cocaïne in de haven van Vlissingen in februari 2018.
De officier van justitie stelde dat verdachte betrokken was bij de invoer door contacten met medeverdachten, het uitlenen van een auto en het gebruik van mobiele telefoons met toegangscodes tot het haventerrein. De verdediging voerde aan dat verdachte slechts aanwezig was bij gesprekken en geen actieve rol had.
De rechtbank oordeelde dat het enkel aanwezig zijn bij ontmoetingen en het uitlenen van een auto onvoldoende bewijs vormde voor medeplegen of medeplichtigheid. Ook het contact via telefoonnummers kon niet als belastend bewijs worden meegewogen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer op 25 oktober 2018 in Middelburg.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen en medeplichtigheid aan invoer van cocaïne.