Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 19 oktober 2018 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam derde belanghebbende], gemachtigde: mr. A.P.E. de Brouwer.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeksters hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen die hen last onder dwangsom oplegden om het gebruik van recreatiewoningen op vakantiepark Marina Beach voor huisvesting van arbeidsmigranten te staken. Zij stelden dat de planregels onverbindend zijn of buiten toepassing moeten worden gelaten vanwege strijd met de Dienstenrichtlijn 2006/123/EG.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestemmingsplan een eis is in de zin van de Dienstenrichtlijn, maar dat de recreatieve bestemming en het gebruiksverbod niet specifiek gericht zijn op dienstverleners en daarom niet onder de werkingssfeer van de richtlijn vallen. Het gebruiksverbod is gebaseerd op ruimtelijke ordeningsregels en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Verder werd vastgesteld dat verzoeksters arbeidsmigranten huisvesten in strijd met het bestemmingsplan. Verzoeksters konden niet ontkomen aan hun verantwoordelijkheid omdat zij actief betrokken waren bij de verhuur en het beheer van het vakantiepark. Er was geen concreet zicht op legalisering en het algemeen belang bij handhaving woog zwaarder dan de financiële belangen van verzoeksters.
Daarom kon de last onder dwangsom in stand blijven en werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom tot het staken van huisvesting van arbeidsmigranten in recreatiewoningen wordt afgewezen.